Praktijkboek Motiverende Gespreksvoering

Gepubliceerd door Cristina op

Vorige week vrijdag 7 juni was ik zo gelukkig dat ik bij de boekpresentatie was van dit nieuwe boek over MI aanwezig kon zijn. MI is de Engelse afkorting van Motivational Interviewing. De afkorting in het Nederlands is MGV. Het is geschreven door Rob d’Hondt en Joke Claessens.

Binnen de gemeente waar ik werk, wordt er veel gebruik gemaakt van deze gesprekstechniek, die oorspronkelijk is voortgekomen uit het behandelen van de moeilijkst te motiveren mensen, mensen die kampen met verslavingen.

“Het is een doelgerichte gespreksstijl. Vanuit een houding van acceptatie en compassie ben je gericht op het versterken van iemands autonome motivatie en commitment aan een specifiek doel. Vanuit samenwerking ontlok en exploreer je de eigen redenen om te veranderen.” (Miller & Rollnick, 2014)

Volgens de schrijvers van dit nieuwe MGV praktijkboek is het een gidsende gespreksstijl. Het heeft elementen van sturen en volgen, en staat ertussenin. “Als gids luister je naar wat de ander beweegt en waar hij naartoe wil; je schets de mogelijkheden zodat hij een keuze kan maken die voor hem passend is en je weet hem ook uit te dagen om dat onbekende pad samen te bewandelen, je waarschuwt voor gevaren en loopt mee om de overeengekomen bestemming veilig te bereiken. Sturen werkt contraproductief, en bij volgen komt er geen beweging in”

De boekpresentatie werd niet gedaan door de schrijvers, maar geleid door 3 sprekers, die vanuit verschillende perspectieven expert zijn op het gebied van MGV.

De eerste spreker was Steve Rollnick himself, een van de twee grondleggers van MI. Een kleine sympathieke en innemende man, die open staat voor continue ontwikkeling. MI zelf is ook nooit klaar met ontwikkelen, en daarin zit een grote kracht van MI denk ik. Hij vertelde vanuit enthousiasme dat het erom gaat als coach/gespreksvoerder dat je mensen zelf laat omschrijven waarom en hoe ze gaan veranderen. Positiviteit hierin is essentieel, daarmee haal je in je reflecties en vragen verandertaal naar boven bij de client. Hij noemt de reflecties: Affirmations. Dit doe je omdat je wil dat iemand z’n eigen kwaliteit, kracht en potentie gaat zien. Hij benadrukt dat dit het tegenovergestelde is van wat veel gebeurd in de wereld van (psychische) hulpverlening, waarin gezocht wordt naar de oorzaak, zoals naar wat iemand fout doet, of fout heeft gedaan. Taal is magisch, dus als gespreksvoerder heb je hierin een grote verantwoordelijkheid! Zijn adviezen zijn om te zorgen dat je zelf ‘comfortabel bent in je eigen skin’ en je hoofd leeg is, zodat je dus echt open kan staan voor de andere persoon. Hij gaf voorbeeldvragen als: “Wat is er voor nodig om jou zover te krijgen dat je naar de afspraken met een hulpverlener gaat komen?” En “Waar wil je graag beter in worden?” Het is fundamenteel om een ‘mindsetshift’ te creëren met de cliënt. Steve Rollnick sloot af met zijn wens om behalve individuën ook organisaties te inspireren en veranderen, door meerdere kleine vuurtjes op meerdere plekken in organisaties aan te steken. “I want to shower the system with MI”. Een begeesterde oproep om niet alleen mensen maar hele organisaties in beweging te brengen om ten positieve te veranderen!

De tweede spreker was hoogleraar Gerard M. Schippers, hij is expert in Rogeriaanse gedragstherapie. Hij besprak de etnische kant van MI. Hij toonde aan dat MI een niet neutrale gespreksstijl is, omdat het mensen wil beïnvloeden om in een bepaalde richting te veranderen. Hij stelt daarbij de vraag: “wie bepaalt de richting?” Volgens dhr. Schippers is dit de MI-gespreksvoerder. Dit vergt dat de gespreksvoerder zichzelf ethische vragen stelt, nl dat hij geen kwaad mag doen, dat hij moet weldoen, en met respect voor de autonomie van de cliënt en vanuit rechtvaardigheid. Om dit goed te kunnen doen is ‘informed consent’ nodig van de cliënt, dit is nu zelfs geregeld in de Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (WGBO). Dit betekent dat de cliënt van te voren moet weten dat de richting van gesprekken wordt bepaald door de context. Daarmee bedoelt hij dat als iemand zich meldt bij een verslavingskliniek, het meteen duidelijk is voor de cliënt welk doel hij heeft, namelijk van de verslaving afkomen. Door welke criteria laat je je leiden als counseler, om de richting te bepalen? Volgens de professor is de oplossing te vinden in de deugd-ethiek van Aristoteles: zet altijd een deugdelijk leven voorop, en streef naar voortreffelijkheid en evenwichtigheid, zet de deugdzame weg centraal, niet het doel. Als gespreksvoerder gebruik je MI voor de maximale ontplooiing van de cliënt. Vraag je als gespreksvoerder dus altijd af: “welke richting brengt de cliënt het meest tot ontplooiing?”

De derde spreker was Bart Bakker, de uitgever van het boek. Hij besprak een belangrijk aspect van motiverende gespreksvoering, die we niet horen en die wel degelijk plaatsvindt, vóórdat hij wordt uitgesproken: “In gesprek met jezelf, motiverende zelfspraak”. Hij liet een filmpje zien over het beïnvloeden van koopgedrag, en stelde hierbij de vraag “wat is het werkzame bestanddeel in dit filmpje?”

Volgens Bert gebeurt het in je hoofd, alsof er in je gedachten een commissie met elkaar aan het vergaderen is over de voor- en nadelen en die er nog niet uit is. Het filmpje maakt dat je visueel en emotioneel geraakt wordt, waardoor de dialoog in je hoofd beïnvloed wordt. Het ontlokt gedachten en zelfspraak, een interne dialoog die gedragsverandering in gang zet. Dit gaat blijkbaar vooraf aan het uitspreken van de verandertaal.

Er werden achteraf nog vragen gesteld aan deze drie experts MI. Hoe merk je of je MI goed doet? Dat merk je aan de feedback die je krijgt van je cliënt: spreekt deze behoudtaal dan gaat het gesprek niet in de goede richting; spreekt hij verandertaal, dan doe je het dus goed. Aan welke taal je cliënt spreekt, ontdek je welke kant je op aan het beïnvloeden bent.

Steve Rollnick bevestigde nogmaals hoe belangrijk de basis is, die alleen kan ontstaan als er eerst een relatie is van “we gaan samenwerken” die alleen kan ontstaan uit “real acceptatence” en dat Ambivalentie eigenlijk niks anders is dan dat de cliënt “unsafe and insecure is about change”

Mijn conclusie, de essentie die ik uit al deze presentaties heb gehaald:

1e leg de focus niet op het probleem in plaats daarvan leg je de focus op de kwaliteiten en potentieel wat in de client reeds aanwezig is, en wat je helpt te groeien.

Je kan alleen groeien als je de aandacht verlegt van het falen naar het slagen.

Zoek naar de pareltjes in de verhalen van je client, die verborgen zitten onder de grote last van de problemen. En geef die pareltjes al je aandacht.

2e dit ligt anders in gemeenteland, waar MI wordt gebruikt om bijvoorbeeld mensen te motiveren om te gaan werken, zodat zij niet meer een bijstandsuitkering van de gemeente nodig hebben. Hierin zit een groot eigen belang van de uitkerende instantie.

Persoonlijk heb ik hier ook moeite mee, ik voel een discrepantie tussen deze twee verschillende belanghebbenden. De uitkeringsontvanger heeft niet als doel om geen uitkeringsgeld meer te ontvangen.

Dit roept vragen bij mij op. Zoals hebben we als gemeenteambtenaren wel werkelijk het belang van de cliënt voorop? Vanuit welke ‘bedoeling’ werken we eigenlijk? Die van de samenleving, of van onze werkgever, of die van de cliënt die wellicht juist een break nodig heeft, en even een moment van bezinning nodig heeft, en helemaal niet toe is aan werken in een niet-droombaan? Hoe centraal kunnen we de cliënt ècht zetten? Ik merk dat ik dit ook vanuit het kader van financiële en schuldhulpverlening waarin ik momenteel werk, lastig vind. De cliënt komt wel met een hulpvraag, maar niet met een coachvraag. Dat wil zeggen, hij vraagt erom geholpen te worden bij het oplossen van zijn problemen, maar niet om te werken aan zijn eigen gedragsverandering. Als financieel coach/klantbegeleider voel ik dat ik tussen meerdere vuren en met meerdere petten op moet werken. Het zou helpen als we een eenduidige heldere visie hebben, die vanuit meerdere kanten, maximale ontplooiing van de cliënt en alle andere belanghebbenden heeft.

3e Wat ik waardevol vond om ook van hem te horen is dat hij samen met de schrijvers steeds heeft onderzocht of het boek zelf ook vanuit de onderliggende MI-stijl is geschreven. Zo is het echt een boek geworden, wat niet alleen helpt om het in de praktijk te gaan brengen, maar ook en een boek, wat helpt bij persoonlijke ontwikkeling van de lezer/gespreksvoerder.

Dit zal ik nog moeten gaan ervaren, maar ik heb er vertrouwen in dat dit gelukt is. De schrijvers hebben er 4 jaar aan gewerkt en zijn experts op het gebied van MI.

Er is een beeld wat ik eens aan een client liet zien, die het nog steeds op zijn koelkast heeft hangen, wat beeldend is voor MI naar mijn gevoel: geef het kleine zaadje alle aandacht (voeding) zodat dit ingetogen potentieel groeit en bloeit, i.p.v. het verstikkende onkruid (van problemen) eromheen.

Categorieën:

0 reacties

Geef een reactie